2010: Vincent Van Duysen signeert zijn monografie
  1. Vincent Van Duysen met zijn monografie 'works', uitgegeven bij Thames & Hudson, London en voor België vertaald en verdeeld door Lannoo, Tielt.

  2. Nichtjes Eva en Maja Peleman in volle voorbereiding voor de apero.

  3. Architectuur criticus Marc Dubois stelt het boek voor.

  4. Vincent Van Duysen, zijn ouders dhr. en mevr. Van Duysen, en Hilde Peleman van Copyright Bookshop

  5. Vincent Van Duysen en architectuurcriticus Marc Dubois (met Martini Rosso)

Vincent Van Duysen 'Complete Works'. Inleiding van Marc Dubois:

Antwerpen zaterdag 20 maart 2010.

Beste Vincent,
Best familie en vrienden van Vincent
Beste Hilde en Johan
Beste Copyright vrienden,

Hartelijk welkom op deze boekpresentatie van het oeuvre van Vincent Van Duysen. Na al die jaren mag men reeds gerust spreken van een oeuvre, het visualiseert het werk vanaf 1990, dus een parcours van twintig jaar.

Wees gerust, ik ga hier mijn tekst uit het boek niet voorlezen. In verschillende stappen tracht ik een beeld te schetsen hoe dit werk tot ontwikkeling is gekomen. Hoe zijn opleiding in Sint Lucas Gent, zijn stage in de mode- en designstad Milano een richting gaf om cruciale keuzes te maken. Eén zaak is duidelijk, Vincent heeft keuzes gemaakt en hij gaat volop voor de ingeslagen weg. Hij blijft zichzelf omdat hij zeer goed beseft dat een graad van beheersing er maar kan komen na herhaalde pogingen, beter een discipline van het repeteren om tot de essentie door te dringen.

De keuze van het coverbeeld is veelzeggend voor zijn oeuvre. Geen opzichtig gebouw, wel een muur. Met behulp van muren maakt men ruimte en gebouwen, de kunst van het bouwen is omgaan met muren, dit is bouwkunst. Ruimte ontstaat in aanwezigheid van muren.

Een grote beheersing van materialen en een zorg voor ruimtelijke compositie weet hij te combineren met sterke concepten. Bij Van Duysen geen behoefte aan virtuoze vormen om schreeuwerig de aandacht op te eisen. Kortstondig visueel effect wordt vermeden. Zijn “kleiner” werk, dat men onder de noemer “design” rangschikt, is niet afkomstig van een “industriële vormgever” maar van een architect die op een bijna evidente wijze vorm kan geven aan objecten, subtiele varianten die anderzijds vertrouwd voorkomen. Creaties die men herkent, die een zekere gewoonheid uitstralen. De tijdrovende uitwerking van alle details is voor hem essentieel, het detail is niet zomaar een “bijkomstigheid” in het proces. Het kleinste onderdeel moet dezelfde intensiteit en kracht bezitten als het grote gebaar.

In internationale context heeft het werk van Van Duysen affiniteiten met het werk van David Chipperfield en John Pawson. Het is misschien niet toevallig dat beiden ook hun parcours begonnen met kleine inrichtingen van appartementen en winkelruimtes vooraleer men hen als “volwaardige” architecten ging benaderen. Dit fenomeen deed zich ook voor bij Van Duysen. Binnen de kring van architecten hoorde men vaak dat Van Duysen een goed interieurarchitectuur is die bezig is met vluchtige zaken zoals winkels. Om niet te zeggen dat men vraagtekens stelde of men hem wel kon beschouwen als een “volwaardige” architect. Hij verbaasde velen met de bouw van het kantoorgebouw Concordia in Waregem (1998), een glasheldere creatie.

Hij nam de tijd om te groeien, om tot volle maturiteit te komen. Zijn recente grote projecten tonen dit: de Jeugdherberg in Antwerpen en de projecten in Dubai en Jeddah.

Private woningen blijven de hoofdbrok van zijn opdrachten, projecten waarbij het concreet genot van het wonen niet uit het oog wordt verloren. Wonen heeft niets te maken met het ontwikkelen van nieuwe concepten hoe men zou moeten wonen, het gaat om creëren van boeiende ruimtes met juiste verhoudingen.

Wij zijn hier vandaag samen in deze creatie van Vincent uit 2000. Dus vieren wij niet enkel het verschijnen van het boek maar ook de tienjarige aanwezigheid van dit project van Van Duysen in Antwerpen. Wie commerciële ruimtes ontwerpt weet dat het risico bestaat dat een creatie vroegtijdig wordt gesloopt en enkel overblijft in tekeningen en foto’s. De aanpalende Brasserie National in deze ModeNatie, die Vincent ongeveer gelijktijdig ontwierp met Copyright, is reeds verdwenen.

Toch even naar mijn tekst in het boek betreffende Copyright:

Het idee van de dubbele trap komt voor in verschillende van zijn projecten, zowel in woningen als in winkelruimten. In Bookschop Copyright te Antwerpen (2000) leiden twee afzonderlijke trappen naar de mezzanine. De trappen zijn verborgen, maar toch zichtbaar gepositioneerd in de ruimte. Door gebruik te maken van hetzelfde materiaal voor de gemeenschappelijke eerste vier optreden, bruine marmer met een gevlamde tekening, wordt de richting aangegeven. Naast een verzorgde detaillering en meubilering bereikt Van Duysen hier veel meer dan het inrichten van een boekenzaak. De ruimte heeft bijna een opbouw van een kerkruimte, een spirituele plaats. De dubbele hoge hoofdbeuk en met twee aanpalende zijbeuken gecombineerd met een verdieping doet denken aan het basisconcept van de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen. Deze associatie slaat zeker niet op de aankleding van dit 17de eeuws gebouw, wel op de structurele compositie van de ruimte.
Architecten ontwerpen nooit vanuit het niets. Zoals Álvaro Siza stelt is creëren “het transformeren van wat reeds bestaat”. Een ontwerper werkt met de opgedane files, de bewuste en de onbewuste beelden uit het ver en dicht verleden. Gecombineerd met een veelheid aan vragen van een opdrachtgever , zowel praktisch, technisch als financieel, moet de ontwerper zijn eigen thema’s introduceren om het louter functionele te overstijgen.

Wie het eenvoudig grondplan van Copyright bekijkt stelt zeker de vraag waarom dit project wordt gewaardeerd. Geachte aanwezigen, architectuur is geen plan, het gaat om ruimte, om het genot van de ruimte om als vertikaal wezen te beleven.

Een eenvoudige sleutel om interessante architectuur te onderscheiden is volgens mij de zorg die een architect besteedt aan de vorm en het positioneren van de trap en de oplossing voor het plafond. Stelt men dit vast dan zal de rest van het gebouw ook wel kwaliteiten bezitten. Dit is geen 100 % formule, maar toch bezit deze kijk een mogelijkheid om een gebouw te objectiveren.

Trappen zijn cruciaal in architectuur, het zijn meer dan verbindingen tussen verdiepingen. De trap is het instrument bij uitstek van de architect om de ruimte scenisch te ordenen, om het bewandelen van de ruimte te activeren. De dubbele trap die bij Vincent voorkomt, maar ook bij andere architecten, heeft meestal te maken met de grote bewondering voor de dubbele trapconstructie die Hans Dolgäst introduceerde in de Alte Pinakotek in München.

Het plafond behoort niet toe aan de gebruiker van de ruimte, vloeren en muren wel. Het plafond raken wij enkel aan met onze ogen, met onze geest. Een plafond is vaak een verwaarloosd restvlak, een technisch vlak waarin men kwistig lampen en inbouwspots gaat rondstrooien. Ik spreek dan nog niet over de vele valse plafonds met een uiterst slordige oplossing die wij dagelijks als visuele vervuiling op ons netvlies moeten verdragen.

Kijk even naar dit plafond in deze ruimte. Er valt nauwelijks iets te bespeuren, het vlak benadrukt de hoogte. Alles wordt in positie gebracht om het boek de centrale aandacht te geven in de ruimte. Dit heeft niets met minimalisme maken, maar met een keuze die de intensiteit verhoogt. In mijn tekst heb ik het stopwoord “minimalisme” niet gebruikt om het werk van Vincent te benaderen, omdat het niets daarmee te maken heeft. Te vaak wordt het woord gelijk gesteld met een minimale inzet van middelen, een gemakzuchtige attitude van de ontwerper waarbij het weglaten gezien wordt als een daad van verarming. In feite gaat het om een “opgeladen eenvoud”, een weerstand tegen een vloedgolf van oppervlakkige en opzichtige beeldpollutie.

Het werd een schitterend boek waaraan hard is gewerkt en dat gelijktijdig uitkomt bij Thames & Hudson in Londen in een Engelse editie en bij Lannoo/Sun voor de Nederlandse editie.

Reeds jaren legt de Italiaanse fotograaf Alberto Piovano dit oeuvre vast op eigenzinnige wijze. Geen glamourfotografie, wel het vasthouden van de intensiteit die vervat zit in dit oeuvre.

Het boek bevat ook korte aantekeningen geschreven door Alberto Campo Baeza, Patricia Urquiola, Aires Mateus, Chris Meplon, Michel Gabellini, An Demeulemeester & Patrick Robyn en David Adjaye.

Het boek visualiseert de zoektocht naar een nobele eenvoud, ‘Nobilis simplicitas” is ook de titel van mijn bijdrage aan het boek. In een wereld die opgejaagd wordt door een drang naar overvloedige beeldeffecten, kiest hij voor een architectuur die de ambitie heeft rust te brengen, een geloof in de kracht van de ingetogenheid.

Als slot van mijn tekst citeer ik even Mies van der Rohe

Verwechseln Sie nicht das Einfach mit dem Simplen
Don’t confuse minimal with simple.

Marc Dubois
20 maart 2010