cover

Alexander Calder

Bewegingen in de ruimte.

Wietse Coppes, Doede Hardeman, Hans Janssen, Caroline Roodenburg-Schadd

Centraal in dit boek en in de gelijknamige tentoonstelling staat de tot de verbeelding sprekende ontmoeting tussen Alexander Calder en Piet Mondriaan in 1930. Niet zozeer het ontmoeten van de voorman van De Stijl maakte indruk op de Amerikaanse beeldhouwer, wel de inrichting van het Parijse atelier dat Mondriaan toen betrok. Die had een wand bekleed met gekleurde rechthoeken van papier, die hij voortdurend herschikte om de juiste compositie te vinden. of het niet beter zou zijn indien de vlakken konden bewegen, vroeg Calder, waarop Mondriaan repliceerde dat zijn werk een en al ritme was.
Vanaf dat ogenblik ging het werk van de Amerikaan een andere richting op. Alexander Calder (1898–1976) was al op jonge leeftijd begonnen met het ontwikkelen van een bijzondere vorm van sculptuur, menselijke en dierlijke figuren uit ijzerdraad, die beweeglijk waren en een schaduw wierpen die hen plastisch maakte, als mobiele driedimensionale tekeningen. De ontmoeting met Mondriaan duwde Calder naar de abstracte sculptuur: de vrouwelijke figuren, olifanten en vissen werden nu bollen, driehoeken en organische vormen die doen denken aan het universum van Miró, beschilderd in de primaire en heldere kleuren van Mondriaan. Even beweeglijk als zijn figuratieve sculpturen laten ze zich voeren op minieme luchttrillingen en spelen ze voortdurend met de grenzen van het evenwicht. ‘Mobiles’ werden ze door Marcel Duchamp gedoopt.
Het gemeentemuseum Den Haag put uit zijn grote collectie Mondriaans om ze te confronteren met het werk van Calder en kleur, ruimte en beweging in het oeuvre van beide kunstenaars met elkaar te laten spelen.

ISBN-10:
ISBN-13: 9789461300454

248 pagina's, 200 illustraties, 29,2 × 24,5 cm, paperback, Nederlands

Ludion, Antwerpen, 2012
€ 27.90

Blader